Hedwig Speliers


Zaterdag mocht ik op de (veel te warme) zolder van het poëziecentrum Hedwig Speliers ontmoeten. Een 80-jarige dichter uit mijn geboortestreek. Hij was niet oud, hij sprak wel in een andere taal, een taal die velen met hem delen. Hoe schoon toch, dacht ik, dat op zo'n zaterdagnamiddag een groep mensen samen zit rond een verzameling van woorden. Vermoedelijk om ergens dichterbij te geraken. (Waarbij? Bij de werkelijkheid? Elkaar? Zichzelf?) 

Speliers destilleert de werkelijkheid via de taal. Ook als hij het vrouwelijk geslachtsdeel beschrijft. Nog nooit hoorde ik een 80-jarige man zo plechtstatig het woord 'vulva' uitspreken. Ergens vond ik dat schoon. Ergens ontroerde mij dat. 

Hij riep een stuk erfgoed op, voordat die voorgoed verdwijnt. Ik kon er voor het eerst naar luisteren zonder oordeel. De waarde ervan inzien. Mijn eigen geschiedenis plaatsen. Dus ook ik raakte een stukje dichterbij. Proefde op een andere manier van de wereld/ het wereldbeeld van de generatie van mijn vader. Proefde gelijklopende geschiedenissen. Stond aan de krijtrots in Noord-Frankrijk en bracht een saluut aan mijn vader. Het opaal van de zee schtitterde. 




 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten